hot links menu Default Letters
Standpunten
Standpunt Vrouwen Overleg Komitee Afdrukken E-mail

De dienstencheques zijn niet meer weg te branden uit de actualiteit. Het systeem is de eenvoud zelf: particulieren kopen  tegen een laag bedrag cheques die door de overheid gesubsidieerd worden en kunnen daarmee huishoudelijke hulp betalen. Tussenpersonen zijn organisaties en bedrijven die de betrokken werknemers tewerkstellen. De bedoeling was dat de terugverdieneffecten, door het regulariseren van zwart werk en het tewerkstellen van kansengroepen (laaggeschoolden, langdurig werklozen, migranten, PWAers) die overheidssubsidies zouden compenseren. In één moeite door zou ook de combinatie werk/privé voor een aantal gezinnen worden verlicht en zouden buurt- en nabijheidsdiensten worden ondersteund. Het systeem kende van bij het begin een enorm succes en is intussen uit zijn voegen gebarsten. In 2008 werden meer dan 65 miljoen cheques terugbetaald aan de ondernemingen, die daarmee ca. 76.000 werknemers tewerkstelden.  

Dienstencheques zijn een succesverhaal, maar passen ook perfect in de tendens tot flexibilisering en privatisering op de huidige arbeidsmarkt en getuigen van de problemen die daarmee gepaard gaan.  

Het arbeidsstatuut van de dienstenchequers en de arbeidsvoorwaarden weerspiegelen de flexibilisering. 98% van de werknemers is vrouw, één derde alleenstaand, minder dan 10% werkt voltijds, en het gemiddelde inkomen lag in 2008 onder de armoededrempel voor alleenstaanden (de gemiddelde tewerkstelling bedroeg 24u). Er kunnen dus vragen gesteld worden bij de economische zelfstandigheid die deze jobs bieden. De regeling rond dienstencheques wijkt bovendien af van de normale arbeidswetgeving: het is mogelijk om een deeltijdse arbeidsovereenkomst van minder dan 1/3 van een voltijdse baan af te sluiten. En tijdens de eerste drie maanden van de tewerkstelling leiden opeenvolgende contracten van bepaalde duur niet tot een contract van onbepaalde duur. Het VOK is bezorgd over deze afwijking van de normale arbeidswetgeving omdat ze de positie van de werknemers verzwakt en de druk kan verhogen om ook buiten de sector van de dienstencheques flexibelere arbeidsvoorwaarden in te voeren. Het Rekenhof deelt overigens de bezorgdheid om de kwaliteit van van de gecreëerde banen, zo bleek uit een erg kritisch rapport dat begin 2009 verscheen. 

De dienstencheques bestendigen de seksesegregatie op de arbeidsmarkt. In 2008 was bijna 98% van de werknemers vrouw en voerden ze grosso modo twee taken uit: 9 op 10 gebruikers doet een beroep op poetshulp; 1 op 5 besteedt het strijken uit.Niet alleen zijn er bijna geen mannen actief als werknemer, ook bij de aanvragers van de cheques is de overgrote meerderheid (70%) vrouw. Huishoudelijke arbeid blijft zo een vrouwenzaak. Bovendient vergroot het systeem de ongelijkheid. Wie het zich kan permitteren, veelal de betere tweeverdieners, betaalt huishoudelijke hulp met de dienstencheques, werk dat meestal uitgevoerd wordt door andere vrouwen die dit soort hulp niet voor hun eigen gezin kunnen betalen en die tewerkgesteld zijn in een precair arbeidsstatuut.  

Met de dienstencheques wordt de hulp aan huis gecommercialiseerd. De helft van de erkende ondernemingen zijn immers profit-bedrijven die op de eerste plaats winst beogen. Volgens berekeningen van Jan Hertogen (studiedienst LBC) gaat bij deze bedrijven slechts 57 procent van het overheidsgeld naar de lonen van de werknemers met dienstencheques, en de rest naar werking, omkadering, productiekosten en winsten. De non-profitbedrijven en de organisaties in de sociale economie die in het dienstenchequesysteem actief zijn, hebben het vaak moeilijk om met de profitbedrijven (vooral interimbureaus) te concurreren. Zij investeren immers in de omkadering, begeleiding en vorming van hun werknemers, garanderen hen de beste arbeidsvoorwaarden in het systeem en rekruteren een breed scala aan kandidaat-werknemers in plaats van voorrang te geven aan ‘sterke’ werknemers. De financiering van de dienstenchequesondernemingen houdt evenwel geen rekening met dit verschil in aanpak, zodat de non-profit en de sociale economie uit de markt dreigen te worden geprijsd. In een dergelijk commercialiseringscenario vreest het VOK voor kwaliteitsverlies op alle fronten en verdwijnt ook het oorspronkelijke idee om via dienstencheques buurt- en nabijheidsdiensten te steunen. Bovendien stuit de manier waarop overheidsgelden hier ten goede komen aan het winststreven van profitbedrijven het VOK tegen de borst. Zeker omdat die bedrijven, opnieuw volgens het Rekenhof, massaal een loopje nemen met de reglementering terwijl de RVA niet uitgerust blijkt om de nodige controles uit te voeren. 

De overheid (en dus de belastingbetaler) doet inderdaad een aardige duit in het zakje. Gebruikers betalen sinds begin 2009 7,50 euro per cheque waarvan 30% fiscaal aftrekbaar is zodat een dienstencheque de gebruiker uiteindelijk 5,25 euro kost. De federale overheid legt daar 13,30 euro bovenop. Aangezien de financiering van de dienstencheques grotendeels vanuit de pot van de sociale zekerheid gebeurt, betaalt iedereen mee, terwijl niet iedereen gelijk gebruik kan maken van het systeem. Mensen met een klein inkomen vallen uit de boot, de gebruikers van dienstencheques horen merendeels tot de beter gegoede lagen van de bevolking. Ook de betaalbaarheid van het stelsel is een continue zorg. Vandaag kost het stelsel bruto (zonder verrekening van de terugverdieneffecten) meer dan 1 miljard euro aan de overheid, waarmee die 78% van de totale kost op zich neemt. Het Rekenhof stelde in z’n rapport van februari 2009 dat eventuele terugverdieneffecten worden overschat. 

Uiteraard kunnen we de resultaten van het dienstenchequesstelsel niet negeren. Eind 2008 waren 38.500 voltijdse equivalenten tewerkgesteld in het systeem. In 2007 was 46% van de werknemers voorheen werkloos. In 2008 is 39% van hen laaggeschoold en een kleine 14% is niet-Belg. De arbeidsvoorwaarden zijn voor een deel van de werknemers een verbetering ten opzichte van hun vorige baan. Liefst 43% had in 2007 een betaalde baan en deed de overstap naar dienstencheques onder andere omwille van de geboden flexibiliteit (betere combinatie van werk en gezin) en omwille van de mogelijkheid om dichtbij huis te werken. De regularisatie van zwartwerk is moeilijk te meten, maar dat werknemers in het systeem socialezekerheidsrechten opbouwen, is onmiskenbaar positief. Voor veel tweeverdieners bieden dienstencheques bovendien een erg goedkope en gewaardeerde hulp bij de combinatie arbeid en gezin.   

Desondanks is het VOK bezorgd omwille van de flexibilisering, privatisering en ongelijkheid die met het stelsel gepaard gaan. Een strakker activeringsbeleid dat laaggeschoolde vrouwen oriënteert naar deeltijdse, precaire jobs in de dienstenchequessector is problematisch. Bovendien willen we helemaal geen uitbreiding (bv. naar kinderopvang of tuinonderhoud) van een stelsel dat precarisering, ongelijkheid en stereotypering in de hand werkt. Vooral wat kinderopvang betreft vrezen wij dat het stelsel te weinig kwaliteitsgaranties biedt, daar waar wij juist pleiten voor meer reguliere opvang door de overheid georganiseerd en een hoger opleidingsniveau van het personeel in de kinderopvang.Het VOK blijft ook van mening dat de combinatie van arbeid en gezin beter anders opgelost wordt. Het VOK pleit voor algemene arbeidsduurvermindering in combinatie met een structurele overheidsondersteuning van collectieve buurt- en nabijheiddiensten. 

Daarom vraagt het VOK dat er een grondige evaluatie komt van het systeem, niet alleen op de betaalbaarheid door de overheid, maar ook op de beoogde effecten, op de aanvaardbaarheid van de tewerkstellingsvoorwaarden voor de dienstenchequers en op de mogelijke misbruiken. Zo’n evaluatie moet duidelijkheid brengen over de vraag of het systeem het zwartwerk al dan niet vermindert en over de terugverdienings- en tewerkstellingseffecten.  

Indien er, na zo’n grondige evaluatie, voor gekozen wordt om het systeem toch te behouden, dan vraagt het VOK 

1.       om strengere erkenningsvoorwaarden op te leggen aan de ondernemingen in het systeem, en hogere eisen te stellen wat betreft het arbeidsstatuut, de omkadering en de begeleiding en vorming die de werknemers in het systeem aangeboden krijgen. Desnoods worden commerciële ondernemingen uitgesloten en wordt de erkenning voorbehouden voor de sector van de non-profit en de sociale economie. Het is niet de bedoeling dat overheidssubsidies uit de sociale zekerheid wegvloeien naar winst voor privébedrijven. 

2.       dat er maatregelen worden genomen om misbruiken tegen te gaan, zowel bij ondernemingen die achterpoortjes vinden om dienstenchequers aan te werven in plaats van reguliere werknemers als bij particulieren die frauderen met het maximum aantal uren dienstenchequehulp waarop ze recht hebben. 

3.       het stelsel niet uit te breiden: zorg, zoals bijvoorbeeld kinderopvang, is in de eerste plaats een maatschappelijke opdracht. Willen we kwaliteit voorop stellen, dan wordt die best niet toevertrouwd aan de markt. Bovendien willen we geenszins een uitbreiding naar domeinen zoals kinderopvang en tuinonderhoud.  Zeker in de kinderopvang moet de professionaliteit gewaarborgd blijven en de kwaliteit van de dienstverlening opgetrokken worden in plaats van ze toe te vertrouwen aan meestal laaggeschoolde  en onderbetaalde dienstenchequers. Het VOK houdt een waakzaam oog op de proeftuinen voor niet-reguliere kinderopvang via dienstencheques die van start gingen in Mechelen, Ronse en Tienen.     

4.       om de prijs van de dienstencheques afhankelijk te maken van het inkomen van de gebruiker: wie over meer middelen beschikt, betaalt ook meer. Het is niet de bedoeling dat de sociale zekerheid noden van mensen met een voldoende inkomen subsidieert. Uiteraard moet er een plafond zijn om te verhinderen dat er terug wordt overgeschakeld op zwartwerk. 

5.       de toegang tot het stelsel van de dienstencheques ook gewaarborgd is voor wie het financieel minder breed heeft en voor alleenstaande ouders bij wie de combinatieproblematiek zich nog dwingender aandient.

 
Gelijke kansen in de kinderopvang Afdrukken E-mail

perstekst 11 februari 2010:

De komende weken manifesteren de onthaalouders die afhangen van opvangdiensten (in overgrote meerderheid onthaalmoeders) voor een volwaardig arbeidsstatuut. Terecht, want in de schemerzone (tussen zelfstandigen en werknemers in) waarin ze momenteel werken, kunnen ze wel aansluiten bij de ziekteverzekering en een klein pensioen opbouwen, maar hebben ze geen recht op vakantiegeld of werkloosheidsvergoeding. Het Vrouwen Overleg Komitee pleit al lang voor een volwaardig arbeidsstatuut voor deze groep. Dat zo’n statuut er nog steeds niet is, wijst er volgens het VOK op dat de kinderzorg nog altijd niet als een volwaardig beroep wordt gezien, maar in het verlengde van de privésfeer zit.
Het past evenwel, vindt het VOK, om naar aanleiding van deze acties ook het bredere plaatje te bekijken.

Lees meer...
 
VOK-Memorandum Vlaamse verkiezingen 17 juni 2009 Afdrukken E-mail

Vijf verlangens voor de komende legislatuur:


• De Vlaamse overheid subsidieert de CAW’s met residentiële werking, waaronder de vluchthuizen, bijkomend voor de werkingskosten zodat de cliënten voortaan enkel nog de verblijfskosten in strikte zin moeten betalen.
• De Vlaamse overheid heet vrouwen met een hoofddoek expliciet welkom als werkneemsters.
• De Vlaamse overheid stimuleert vaders om zorgverlof op te nemen en voert een campagne die een positief beeld schetst van mannen en zorg.
• Er komt een decretale verankering van de niet-zuilgebonden vrouwenorganisaties en in de commissie diversiteit van de SERV wordt een genderplatform opgenomen.
• Het thema gender wordt uitdrukkelijk opgenomen in de lerarenopleidingen en nascholingsinitiatieven en in de eindtermen voor het basis- en secundair onderwijs gaat aandacht naar genderidentiteit en seksuele identiteit.

Lees meer...
 
Een feministische kijk op multiculturaliteit Afdrukken E-mail
Het Vrouwen Overleg Komitee heeft een heel eigen kijk op multiculturaliteit. In 2005 werd deze ontwikkeld en we merken onze kijk steeds toepasbaar is op allerhande actuele thema's.  Ook nu opnieuw, in alle discussies rond al dan geen verbod op het dragen van een hoofddoek.  We ontwikkelden een brochure met onze visie.  Deze biedt een kader bij het denken over de actuele thema's.
 
VOK Memorandum Afdrukken E-mail

Naar aanleiding van de verkiezingen op 10 juni 2007, schreef het VOK een memorandum.  Via dit document worden alle kandidaat-beleidsmakers nog eens gewezen op de standpunten die we met een vrouwelijke blik op de actualiteit en de samenleving formuleerden.

Inhoud:

  • Gelijke kansenbeleid
  • Politieke vertegenwoordiging
  • kwaliteit van leven en arbeid
  • Sociale Zekerheid
  • Gezondheid
  • Justitie en Burgerlijk Recht
  • Bestrijding van seksueele en interfamiliaal geweld
  • Mensenrechten
  • Asiel in België
  • Ontwikkelingssamenwerking
  • Fiscaliteit
Lees meer...
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>