| opiniestuk van het VOK op de VRT-website |
|
|
|
http://opinie.deredactie.be/2010/03/08/het-is-nog-niet-in-de-sacoche/ Het is nog niet in de sacoche 08 / 03 / 2010
Slechts 1 procent van de Belgische vrouwen durft zich mooi te noemen; 92 procent vindt dat de media onrealistische schoonheidsidealen propageren. Vrouwen besteden gemiddeld 10 uur per week méér aan huishouden en kinderzorg dan mannen en beschikken dagelijks over een uur minder vrije tijd. Allochtone meisjes mét hoofddoek vinden nauwelijks nog een school of een stageplek. Vrouwendag nog nodig? Hier twee keer per jaar aandacht voor vragen is niet overdreven. Het feminisme mag geen genoegen nemen met de kleine categorie vrouwen die het allemaal netjes voor elkaar hebben, hoe blij we daar ook mee zijn. Solidariteit met alle vrouwen en de strijd tegen nieuwe ongelijkheden moeten de inzet zijn. Bovendien mag de emancipatie van de ene niet ten koste gaan van de andere. Als vrouwen vandaag minder tijd besteden aan het huishouden en de zorg voor de kinderen, is dat niet omdat mannen thuis meer zijn gaan doen, maar wel omdat huishoudelijke taken en zorg uitbesteed worden. Denken we maar aan het succes van de dienstencheques. Dat is evenwel een overwegend vrouwelijke sector met precaire arbeidsvoorwaarden: veel deeltijds werk, lage lonen… Ook de kinderopvang is een bij uitstek vrouwelijke sector die vandaag gevangen zit in een negatieve spiraal: het uitblijven van een volwaardig statuut voor de onthaalouder, in de praktijk vooral onthaalmoeders, schijnzelfstandigheid, lage lonen, nauwelijks opleidingsvereisten… Er is niks mis met uitbesteden van huishoudelijk werk of zorg. Maar als vrouwenbeweging moeten we wel waken over de arbeidsvoorwaarden van diegenen die het werk dan doen. Vrije keuze? Niet alleen de noodzaak van de vrouwenstrijd wordt in vraag gesteld. Steeds meer is de teneur dat vrouwen “kiezen” voor hun meer precaire situatie. Een mooi voorbeeld hiervan is de benadering van de deeltijdse arbeid bij vrouwen. Vier op de tien vrouwen werkt deeltijds. Uiteraard heeft dit belangrijke gevolgen voor hun inkomen en voor hun latere pensioen, in het bijzonder als ze er alleen voor komen te staan. Wat vaak vergeten wordt, is dat een deel van hen eenvoudigweg geen voltijdse job vindt. Dat is het geval voor caissières in de grootwarenhuizen, dat is meer regel dan uitzondering in de schoonmaaksector… Ook veel van de vrouwen die zeggen zelf te kiezen voor deeltijds werk, zouden graag een andere keuze kunnen maken. Deeltijds werk is vaak de enige oplossing voor de combinatie van arbeid en zorg. En in een gezin van tweeverdieners valt het oog dan op degene die minder verdient. Dat kunnen we bezwaarlijk een vrije keuze noemen. Het is dan ook te simplistisch om te schermen met de zogenaamde keuzevrijheid van vrouwen en hen louter te sensibiliseren over de gevolgen van die keuze. Dat legt de verantwoordelijkheid helemaal op de schouders van de individuele vrouw, terwijl hier structurele mechanismen spelen. Goede collectieve voorzieningen voor de zorg voor kinderen, bejaarden en personen met een handicap, stimulansen voor mannen om meer zorg op te nemen, het wegwerken van de loonkloof… zijn een betere oplossing. Het stereotiepe denken Het volstaat echter niet om louter de voorwaarden voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen te realiseren. De concrete situatie van vrouwen in België mag dan aanzienlijk verbeterd zijn, de opvattingen over mannen en vrouwen hinken achterop. Meer nog, de gendernormering, het stereotiepe denken over hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen, wordt opnieuw sterker. En het begint al van jongs af aan. Het roze speelgoed voor de “lieve mama’s en kleine prinsessen” spat van de pagina of het scherm. Het populaire Mars- en Venusdenken vergroot de verschillen tussen mannen en vrouwen uit en stopt hen in afzonderlijke hokjes, alsof alle vrouwen zus en alle mannen zo zijn. Dat is niet zonder gevolgen. Gendernormering ligt aan de basis van de veelal stereotiepe studiekeuze van jongeren, wat zich laat voelen in hun latere arbeidsmarktpositie. Die ideeën verklaren de weerstand die zoveel papa’s ondervinden als ze ouderschapsverlof willen opnemen, leggen een zware last op mannen en vrouwen die niet binnen die stereotiepe kaders vallen… Geen overbodige luxe Het is een potentieel wervend project, maar toch is het feminisme niet populair. Het wordt geassocieerd met oudere, mannenhatende, altijd klagende, tuinbroekvrouwen. Die karikatuur maakt dat veel vrouwen (en mannen) vandaag vaak wel de strijdpunten van het feminisme delen, maar zich liefst geen feminist/e noemen. Is het anti-man om te ijveren voor meer vaderschapsverlof en voor het loslaten van de stereotypen die ook heel wat mannen beklemmen? Zijn we anti-vrouw(elijkheid) als we net opkomen voor het recht van vrouwen om ten volle van hun lichaam te genieten en zich niet te hoeven schikken naar het keurslijf van om het even welk schoonheidsideaal? Feminisme wil komaf maken met verstikkende rolverwachtingen en voor elke vrouw én man dezelfde mate van zelfontplooiing, levenskwaliteit en levensvreugde mogelijk maken. Bij vrouwendagen heeft dus iedereen baat! Sofie De Graeve, woordvoerster van het Vrouwen Overleg Komitee (VOK) |

