Krachtdadig tegen geweld - 40ste Vrouwendag 2011 Leuven
Vrouwen Overleg Komitee
Eisenpakket - V-Dag 2011 Leuven
![]()
INLEIDING
Het is negen jaar geleden dat het thema geweld centraal stond op de Vrouwendag van 11 november. De Vrouwendag van 2002, die ook in Leuven doorging, legde de focus toen op de straffeloosheid bij partnergeweld. Op dat vlak is er de voorbije jaren wel degelijk één en ander veranderd:
- Bij partnergeweld kan de vrederechter via een dringende voorlopige maatregel de gezinswoning toewijzen aan het slachtoffer (wet van 28 jan. 2003)
- Er kwamen specifieke aanspreekpunten rond partnergeweld binnen de CAW’s (2006)
- De minister van Justitie en het college van procureurs-generaal verspreidden verschillende omzendbrieven omtrent de aanpak van partnergeweld. Omzendbrief 3/ 2006 regelt de identificatie en registratie van dossiers door politie en parket, wat noodzakelijk is om de problematiek te kunnen monitoren. Omzendbrief 4/2006 focust op een betere afstemming tussen politionele en gerechtelijke diensten via een actieplan per gerechtelijk arrondissement, een referentie-ambtenaar bij de politie en een referentiemagistraat bij justitie, en samenwerkingsprotocollen tussen parket, politie en hulpverlening.
- Het 4de Nationaal Actieplan ter bestrijding van partnergeweld en andere vormen van intrafamiliaal geweld (2010-2014), dat momenteel in uitvoering is, focust zowel op partnergeweld als op andere vormen van intrafamiliaal geweld: huwelijksdwang, eergerelateerd geweld en vrouwelijke genitale verminkingen.
Toch blijft intrafamiliaal geweld een groot probleem. Eén op 6 vrouwen krijgt te maken met partnergeweld, blijkt uit de meest recente studie over het voorkomen van fysiek, seksueel en psychisch geweld in België (Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, 2010). Hoewel ook mannen slachtoffer zijn, worden vrouwen vaker dan mannen slachtoffer van ernstig, frequent en langdurig partnergeweld. Tal van kinderen zijn getuige en/of delen in de klappen. Dat is niet zonder gevolgen en kan later tot slachtoffer- en daderschap leiden. De inspanningen om deze problematiek aan te pakken, moeten onverwijld worden verdergezet, verfijnd en gesystematiseerd.
Een tweede pijnpunt dat het VOK op deze Vrouwendag wil aankaarten, is seksueel geweld. Dagelijks worden 8 verkrachtingen aangegeven - aangiftes die volgens schattingen slechts 10% van het totale aantal verkrachtingen betreffen. De helft van de klachten die bij de parketten wordt ingeleid, wordt geseponeerd en slechts 14% van de verkrachtingszaken leidt tot een veroordeling.
Deze Vrouwendag vraagt verder opnieuw aandacht voor de problematiek van verkrachting als oorlogswapen, dat een ernstig pijnpunt blijft in conflictgebieden, en voor het geweld op holebi's, zowel in ons land als elders in de wereld. Tot slot klagen we aan dat prostitutie onlosmakelijk verbonden blijft met geweld en mensenhandel.
Het VOK wil in de eerste plaats dat al deze problematieken ernstig genomen worden. Dat houdt in dat er voldoende middelen worden uitgetrokken voor de bestrijding van dit geweld, voor een goede opvang en begeleiding van de slachtoffers, en voor de opleiding van alle betrokken diensten.
I. DE STRIJD TEGEN SEKSUEEL GEWELD ALS PRIORITEIT
1. Verkrachting kan niet ongestraft blijven
Verkrachting is een bijzonder zware misdaad, waarvan de gevolgen vaak een leven lang doorwegen op het slachtoffer. Het strafwetboek weerspiegelt deze inschatting door verkrachtingszaken toe te wijzen aan het Hof van Assisen. De realiteit is echter dat veel te weinig aangegeven verkrachtingen voor de rechtbank komen en dat het overgrote deel van de verkrachtingen zelfs niet wordt aangegeven. De facto blijft verkrachting zo in veel gevallen ongestraft, wat onaanvaardbaar is.
Om de vervolgings- en veroordelingsgraad van verkrachting te vergroten, is een totaalpakket van maatregelen nodig: de actoren op het terrein moeten professioneler optreden, en politie en gerecht moeten van de vervolging van verkrachting een prioriteit maken. Seksueel geweld moet opnieuw opgenomen worden in het Nationaal Actieplan.
1.1. Een prioriteit voor parket en politie
- De vervolging van verkrachting moet ingeschreven worden als een prioriteit van zowel politie als gerecht.
- Er is nood aan gespecialiseerd personeel: een specifieke magistraat voor seksueel geweld en gespecialiseerde politiemensen, artsen en gerechtelijk personeel
- Minder seponeringen: ca. 50% van de klachten die bij de parketten wordt ingeleid, wordt geseponeerd. De belangrijkste redenen zijn gebrek aan voldoende bewijsmateriaal (zie verder) en een onbekende dader. In zowat 10% van de gevallen geldt de seponeringscategorie ’opportuniteit’. Daaronder vallen ‘beperkte maatschappelijke weerslag’, ‘misdrijf van relationele aard’, ‘schade gering’, ‘afwezigheid van voorgaanden’, ‘toevallige feiten met oorzaak in specifieke omstandigheden’, ‘wanverhouding gevolgen-maatschappelijke verstoring’, ‘houding van het slachtoffer’, ‘weinig recherchecapaciteit’, ‘andere prioriteiten’,... Dergelijke categorieën zijn onaanvaardbaar en moeten worden geschrapt.
- Het VN-rapport In pursuit of justice (juli 2011) ziet een verband tussen het aantal vrouwelijke agenten en magistraten in een land en de bestraffingsgraad van verkrachtingen. Het lijkt daarom aangewezen werk te maken van een groter aantal vrouwen bij politie en magistratuur, ook in topposities waar de beleidsbeslissingen genomen worden.
1.2. Betere opsporing
Seponering gebeurt in de helft van de gevallen omdat er te weinig bewijsmateriaal is. Een onbekende dader is de tweede belangrijkste seponeringscategorie. Betere opsporings- en verhoortechnieken zijn dus cruciaal. En dit geldt ook wanneer de verkrachting gebeurt door een bekende (2/3 van de gevallen, volgens internationaal onderzoek), maar de aanklacht eindigt in woord tegen woord.
- Het is primordiaal dat het eerste medisch gerechtelijk onderzoek uiterst professioneel gebeurt en in alle gevallen plaatsvindt, dus ook bij verkrachting door bekenden. Onderzoek toont immers dat ook een verkrachting door een partner frequent letsels nalaat. Hoewel dit onderzoek in praktijk meestal uitgevoerd wordt in ziekenhuizen, bepalen de richtlijnen nog dat dit door een wetsgeneesheer moet gebeuren. Dat moet aangepast.
- Medische attesten worden momenteel niet meer als officieel document aanvaard door de Orde van Geneesheren. Nochtans zijn dergelijke documenten nuttig voor slachtoffers die nog geen klacht willen indienen, maar hierdoor wel een “bewijs” bijhouden. Dat geldt in het bijzonder voor de dossieropbouw bij partnergeweld.
- Er zijn betere verhoortechnieken nodig, waaronder een doorgedreven toepassing van het audiovisueel verhoor, ook voor volwassen slachtoffers.
- Aangezien onderzoek uitwijst dat verkrachters vaak een voorgeschiedenis hebben van andere criminele feiten, lijkt het aangewezen om ook bij kleinere delicten DNA-stalen af te nemen en daarmee de databank met profielen van veroordeelden te voeden. Het is onaanvaardbaar dat zowat 2/3 van het SAS-materiaal niet wordt geanalyseerd. Ook die DNA-profielen zouden in een databank moeten worden opgenomen, net als de profielen van verdachten van seksuele misdrijven.
1.3. Strengere straffen en betere opvolging
- Het VOK vraagt strenge en hoge straffen voor verkrachters: momenteel zit er weinig lijn in de bestraffing en weerspiegelt die niet altijd de ernst van het misdrijf. De straffen moeten altijd gekoppeld worden aan daderhulpverlening, ook in gevangenissen. Verkrachters maken immers vaak meerdere slachtoffers.
- Verkrachtingen hebben een grote impact op het slachtoffer. Daarom zouden de strafuitvoeringsrechtbanken altijd betrokken moeten worden bij de voorwaardelijke invrijheidsstelling.
- Omdat de recidive hoog is, is het belangrijk om veroordeelden van verkrachting nauw te blijven opvolgen. Buddies voor daders die vrijkomen, bevorderen zowel hun integratie als de vroegdetectie van signalen als het opnieuw de foute kant dreigt op te gaan. De invoering van een dergelijk buddy-systeem moet onderzocht worden.
1.4. Deskundige opvang en begeleiding van de slachtoffers
In elke centrumstad moet er binnen één van de ziekenhuizen een gespecialiseerd centrum komen met een multidisciplinair team om slachtoffers medisch, psycho-sociaal en juridisch bij te staan. Op die manier vindt het eerste medisch gerechtelijk onderzoek plaats in een omgeving waar meteen hulp voorhanden is. De aanwezige juridische bijstand kan slachtoffers aanmoedigen om klacht in te dienen. Na elke melding van verkrachting moet de hulpverlening binnen de 24 uur contact opnemen met het slachtoffer.
2. Verkrachting als oorlogswapen
In conflicten wordt verkrachting vaak als oorlogswapen gebruikt. In Oost-Congo werden tussen 1996 en vandaag al meer dan 200.000 meisjes en vrouwen het slachtoffer van verkrachting.
2.1. Non-proliferatie kleine vuurwapens
De systematische verkrachtingen van vrouwen in oorlogsgebieden gebeuren vaak onder bedreiging van kleine vuurwapens. Het VOK vraagt een non-proliferatieverdrag voor kleine vuurwapens.
2.2. VN-resolutie 1325
Het VOK roept de Belgische regering op om de toepassing en de concrete implementatie van VN-resolutie 1325 ter harte te nemen. Deze resolutie vraagt om vrouwen te betrekken bij vredesonderhandelingen en de heropbouw van gemeenschappen.
2.3. Steun de slachtoffers
Ontwikkelingsprogramma's moeten steun bieden aan de lokale bevolking voor het uitbouwen van slachtofferhulp.
3. Geweld omwille van seksuele geaardheid
Wie de stereotiepe opvattingen over mannen en vrouwen doorbreekt, loopt een groter risico op geweld. Holebi's en transgenderpersonen zijn daar het slachtoffer van, zowel in eigen land als elders in de wereld.
3.1. Vorming van het politioneel en gerechtelijk apparaat
Bij de meldpunten voor homofoob geweld wordt quasi niet aangeklopt uit vrees om op onbegrip te stuiten. De afzonderlijke code voor de registratie van homofoob geweld blijft dan ook onderbenut. Het VOK vraagt specifieke vorming van het politioneel en gerechtelijk apparaat om een adequate manier om te gaan met meldingen van homofoob geweld
3.2. Aankaarten van homofoob geweld op internationale fora
Het VOK roept de regeringen in dit land op om op internationale fora het homofoob geweld systematisch aan te kaarten.
4. Vrouwenhandel en prostitutie
Recente cijfers van onder meer de Gentse politie tonen dat prostitutie, mensenhandel en geweld op en uitbuiting van vrouwen sterk met elkaar verweven zijn.
4.1. Vrouwenhandel ernstig nemen
Politie en gerecht moeten de strijd tegen vrouwenhandel en mensenhandel au sérieux nemen en meer middelen inzetten om gedwongen prostitutie te bestrijden. De straffen voor misbruik en exploitatie van vrouwen moeten zwaarder.
4.2. Hulp aan de slachtoffers
Vrouwen die uit de prostitutie willen stappen, moeten hierbij begeleid worden. Slachtoffers van mensenhandel moeten bescherming krijgen. Organisaties die slachtoffers van mensenhandel en prostitutie bijstaan, moeten meer middelen krijgen.
II. EEN INTEGRALE AANPAK VAN INTRAFAMILIAAL GEWELD
1. Betere coördinatie binnen het Nationaal Actieplan en verbetering van de multidisciplinarie werking
Het “Nationaal Actieplan” (NAP) brengt de maatregelen en acties samen van de verschillende beleidsniveaus in België ter bestrijding van partnergeweld. Het huidige actieplan (2010-2014) werd verruimd naar andere vormen van intrafamiliaal geweld: huwelijksdwang, zogenaamd eergerelateerd geweld en genitale verminking. De coördinatie is in handen van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.
- Het actieplan blijft te veel een verzameling van maatregelen zonder dat daar een coherente visie achter zit die gedeeld wordt door alle beleidsniveaus en vergezeld gaat van gezamenlijke prioriteiten.
- Het VOK pleit er wel degelijk voor dat er voor elke vorm van geweld een specifieke aanpak is, maar wil geen stigmatiserende benadering, Geweld is van alle culturen, een goede aanpak is cultuursensitief en ontstaat in samenspraak met de betrokken bevolkingsgroepen.
- Het VOK vraagt een uitbreiding van het huidige steunpunt geweld op vrouwen binnen het Instituut voor de gelijkheid van Vrouwen en Mannen tot een ombudsdienst met een dubbele functie: zowel klachtenbehandeling als adviezen formuleren. Dat impliceert dat er voldoende middelen worden uitgetrokken om die functie ook waar te maken.
2. Een maatschappelijke verantwoordelijkheid van iedereen
- Partnergeweld moet een prioriteit blijven in het Nationaal Veiligheidsplan van de politie.
- Een doorgedreven opleiding van vertrouwenspersonen die met gezinnen in contact komen, om signalen van partnergeweld en andere vormen van intrafamiliaal geweld te herkennen: huisartsen, leerkrachten, OCMW, Kind&Gezin...
- Een uniform instrument voor risicotaxatie: om het risico op geweld adequaat in te schatten, is er nood aan eenzelfde gebruiksvriendelijk screeningsinstrument dat door alle actoren gebruikt wordt: zowel politie en hulpverlening als door huisartsen, Kind&Gezin, leerkrachten, ...
- De aanspreekpunten voor intrafamiliaal geweld binnen de CAW's worden omgevormd tot vertrouwenscentra voor geweld bij volwassenen, met eenzelfde rol als de vertrouwenscentra voor kindermishandeling en verruiming van de regeling omtrent het beroepsgeheim naar partnergeweld.
3. Crisisinterventie
De uithuisplaatsing is in België uitgewerkt als een gerechtelijke maatregel en niet, zoals in het buitenland, als een politionele crisismaatregel. Het Belgische systeem is daardoor veel te omslachtig. Omdat er nood is aan echte crisisinterventie, vraagt het VOK dat daders via politionele dwangmaatregelen uit de gezinswoning kunnen worden verwijderd. Bovendien wil het VOK dat de politie bij elke oproep voor intrafamiliaal geweld begeleid wordt door de hulpverlening, die mee een inschatting maakt, een aanbod doet aan zowel slachtoffer als dader, en die oog heeft voor de kinderen. Een snelle opstart van begeleiding is cruciaal voor het slagen van de uithuisplaatsing, bleek onder meer in Nederland.
4. Eén dossier, één casemanager
Politie, justitie en hulpverlening komen onder één dak en delen één dossier dat door een casemanager wordt opgevolgd. De casemanager leidt in alle onafhankelijkheid het multidisciplinaire overleg en begeleidt het gezin doorheen het gehele traject van politie, justitie en hulpverlening.
5. Hulpverlening die vertrekt vanuit het slachtoffer
- Eigen-kracht-conferenties worden ingeschreven in de samenwerkingsprotocollen tussen justitie, parket en hulpverlening: Bij elke melding van partnergeweld wordt onderzocht of een eigen-kracht-conferentie opgezet kan worden. Eigen-kracht-conferenties vertrekken vanuit de kracht van de betrokkenen en hun netwerk. Onder leiding van een onafhankelijk coördinator maken ze samen een actieplan. Het plan beschrijft precies wat de eigen kring voor zijn rekening kan nemen en waarvoor een beroep wordt gedaan op professionele hulp. Mensen houden zo zelf de regie in handen. Bovendien wordt op die manier het isolement doorbroken en zijn oplossingen op maat mogelijk.
- Nabijheid: Het is belangrijk om binnen de hulpverlening ruimte te maken voor een warm onthaal. Hulpverleners moeten de nodige tijd en ruimte hebben om slachtoffers hun verhaal te laten doen.
- Terugkoppeling naar het slachtoffer: Slachtoffers hebben nog al te vaak het gevoel dat er niets gebeurt met hun klacht. Slachtoffers moeten systematisch geïnformeerd worden over het gevolg dat aan hun melding werd gegeven en over de stappen die werden gezet. Een casemanager kan die rol vervullen.
- Aanklampende hulpverlening: Na elke melding moet systematisch contact opgenomen worden. Ook als slachtoffer en/of dader afhaken bij een begeleidingstraject, moet contact opgenomen worden door hulpverlening, politie of parket.
- Onderzoek toont aan dat kinderen die getuige zijn van intrafamiliaal geweld daar even sterk onder leiden als wanneer ze slachtoffer zijn. Wanneer intrafamiliaal geweld voorkomt in een gezin met thuiswonende kinderen, moeten de ouders verplicht worden om een hulpverleningstraject te volgen.
- Juridische uitwerking van een verblijfsvergunning voor vrouwen (en mannen) zonder papieren die slachtoffer zijn van partnergeweld, conform het statuut van slachtoffers van mensenhandel. Momenteel moeten buitenlandse vrouwen (en mannen) die huwen met een Belg verplicht 3 jaar bij deze persoon wonen willen ze hun verblijfsrecht niet verliezen. In geval van partnergeweld is dat een onmogelijke situatie.
6. Vluchthuizen en andere residentiële opvang
- De dagprijzen in de residentiële opvang zijn te hoog (ze bedragen momenteel 23,80 euro voor een volwassene). Er is een herziening van de financiering nodig zodat wie beroep doet op een vluchthuis enkel nog de verblijfskosten moet betalen en niet, zoals nu, ook een deel van de werkingskosten van het opvanginitiatief.
- Alle opvanginitiatieven moeten toegankelijk zijn voor personen met een handicap.
- Er is nog altijd een tekort aan opvangplaatsen in vluchthuizen en in de crisisopvang.
- Opvangcentra moeten evolueren naar individuele wooneenheden. Niet het samenleven op zich werkt immers versterkend, wel de groepstherapeutische activiteiten.
- Door een gebrek aan doorstroomwoningen blijven slachtoffers langer dan nodig in een vluchthuis. Op de reguliere markt blijken weinig eigenaars bereid om te verhuren wanneer het OCMW de huurwaarborg betaalt.
- Slachtoffers moeten ook na hun vertrek uit het vluchthuis begeleid worden.
7. Een cultuursensitieve aanpak
- Interculturele toeleiders: Ook slachtoffers van allochtone origine vinden maar moeilijk hun weg naar de hulpverlening. Dat kan gefaciliteerd worden door vertrouwensfiguren binnen culturele gemeenschappen op te leiden tot interculturele toeleiders die kunnen informeren en doorverwijzen.
- Cultuursensitief: geweld vrouwen is een universeel probleem, maar in de concrete vormen die het aanneemt, speelt cultuur een rol: vrouwenbesnijdenis en zogenaamd eergerelateerd geweld zijn daar voorbeelden van. Een adequate aanpak daarvan veronderstelt samenwerking met de bevolkingsgroep(en) in kwestie en financiering van aangepaste hulpverlening. organisaties voldoende middelen moeten krijgen om hierrond te kunnen werken. Het is belangrijk daarbij niet te stigmatiseren en te beseffen dat ook in de Belgische cultuur verschoningsgronden voor geweld voorkomen (jaloezie bijvoorbeeld, cfr. ‘passionele drama’s’).
- Interculturele expertise: in de opleiding en bijscholing van hulpverleners moet meer aandacht gaan naar interculturele kennis en expertise .
8 Werken met daders
Daders moeten altijd een aanbod van hulpverlening krijgen en worden gedwongen om op dat aanbod in te gaan vanaf een tweede incident. Begeleiding is immers efficiënter dan geldboetes (die het hele gezin straffen) of gevangenisstraffen (ook al moeten die blijven bestaan als justitiële stok achter de deur). Een structurele uitbouw van verplichte dadertherapie en systematische opvolging van plegers van partnergeweld is nodig.
III. Preventie van geweld
Volgens cijfers van de Europese Vrouwenlobby is het totale budget voor geweldpreventie van de lidstaten van de Europese Unie 1000 keer kleiner dan de kostprijs van partnergeweld.
1. Sensibilisering
Een doorgedreven, herkenbare, uniforme en regelmatig herhaalde preventiecampagne moet gendergerelateerd geweld blijvend onder de aandacht houden. De “witte lintjes” kunnen die rol vervullen op voorwaarde dat alle actoren zich hier achter scharen.
Omdat punctuele mediacampagnes vooral doordringen tot wie op dat ogenblik worstelt met de problematiek, is het belangrijk om daarnaast permanent goede folders ruim te verspreiden op spoeddiensten, scholen, crèches, welzijnsdiensten, politiebureaus, justitiehuizen, bij huisartsen en gynaecologen...
2. Attitude-verandering
Doeltreffende preventie beoogt reële attitude-verandering. Versterking van de eigenwaarde, leren omgaan met conflicten en verschillen en het doorprikken van stereotiepe man/vrouw-beelden dragen daartoe bij. Opvattingen over mannen en vrouwen en hoe mannen en vrouwen horen te zijn, zich te gedragen... spelen immers een rol in de dynamiek van geweld tussen vrouwen en mannen. Niet toevallig lopen holebi's en transgenders, die deze stereotiepen doorbreken, een hoger risico op geweld. Het VOK vraagt:
methodieken en materiaal voor leerkrachten, jeugdwerkingen, opvoedingswinkels... om rond deze thema's aan de slag te gaan
een aanbod aan weerbaarheidstrainingen voor zowel volwassenen als jongeren en kinderen: het huidige aanbod focust op “de juiste traptechniek” en assertiviteit, maar weerbaarheid is meer dan dat Het VOK vraagt hiervoor een train-de-trainers programma.
3. Jongeren
Onderzoek van de Franse Gemeenschap (2007) wijst uit dat naarmate de leeftijd van meisjes toeneemt, ze vaker met ernstig en frequent geweld binnen een relatie te maken krijgen, zoals volwassen vrouwen . Ook seksueel intrafamiliaal geweld komt vaker voor bij meisjes: 8,9% meisjes tegenover 3,2% jongens werd voor de leeftijd van 18 jaar gedwongen tot seksuele aanrakingen of betrekkingen (Feiten en cijfers, Sensoa). Bij het merendeel van vrouwelijke slachtoffers was de dader een familielid.
- Training van kinderen en jongeren op school in zowel weerbaarheid als geweldloze conflicthantering, en in respectvol omgaan met de mogelijkheden die o.a. de sociale media bieden.
- Binnen de seksuele voorlichting moet expliciet aandacht gaan naar weerbaarheid bij seksueel grensoverschrijdend gedrag
- Alle omroepen moeten kwaliteitsvolle entertainende, informatieve en educatieve programma’s voor kinderen van de verschillende leeftijdsgroepen aanbieden.
4. Vrijwaren van grondrechten
Als sociale grondrechten zoals het recht op arbeid, onderwijs, wonen, gezondheidszorg... onvoldoende gewaarborgd zijn, vergroot het risico op geweld. Het is de taak van de overheid om die sociale grondrechten te realiseren.
Bij de opmaak van dit eisenpakket consulteerde het VOK de volgende experten: Helen Blow (Steunpunt Algemeen Welzijnswerk), Marijke Weewauters (instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen/Steunpunt geweld), Koen Dedoncker (vzw Zijn), Erika Frans (Sensoa), Suzanne Cautaert, Sultan Balli (psychotherapeute, Karel de Grote Hogeschool), Anne Groenen (Katholieke Hogeschool Kempen -KULeuven), Liesbet Stevens (KULeuven), Ann Van den Buys (Persephone), Ella vzw, Jessy Clynen (provincie Vlaams-Brabant), Kristel Wildiers (stad Leuven), Leen Vandeperre (vluchthuis Leuven), Katrien Willems (CAW Leuven), Pascale Franck (provincie Antwerpen), Dries Wyckmans (provincie Limburg), Chantal Van De Kerckhove (provincie Oost-Vlaanderen), Karline Van de Weghe (vluchthuis Mechelen), Kris Soenen (vluchthuis Roeselare), Juliet Frisnedi (Filipiniana-Europa vzw), VIVA-SVV, Nederlandstalige vrouwenraad en het Leuvense Vrouwendagplatform. Het VOK dankt hen voor hun input en reflectie.
